Stichting er kan meer dan je denkt en een veilige beweegomgeving

foto: Organisatie Vechtdal Pararanglijsttoernooi 2023.

Wat wij doen voor een veilige beweegomgeving

Stichting er kan meer dan je denkt werkt doorlopend een veilige omgeving voor haar deelnemers, vrijwilligers en andere betrokkenen. Hoewel wij geen (sport)vereniging zijn, maar een stichting die opkomt voor kwetsbare doelgroepen en voor deze doelgroep (beweeg)activiteiten aanbiedt, volgen wij hierbij de adviezen van NOC*NSF voor aangesloten sportbonden en hun lidorganisaties.

MEER INFORMATIE OVER DE VIER AFZONDERLIJKE ELEMENTEN VAN EEN VEILIGE BEWEEGOMGEVING BIJ STICHTING ER KAN MEER DAN JE DENKT.

Vier elementen voor een veilige beweegomgeving

NOC*NSF noemt vier elementen die zorgen voor een veilige sportomgeving.

  • Het invoeren van een organisatiebrede gedragscode en bijbehorende omgangsregels. Zo weten alle betrokkenen welk gedrag van hen wordt gevraagd.
  • Het aanvragen van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor alle betrokkenen (inclusief vrijwilligers) die, namens Stichting er kan meer dan je denkt, werken met personen die behoren tot een kwetsbare doelgroep, zoals minderjarige kinderen, ouderen of mensen met een beperking. Dit is onderdeel van het aannamebeleid voor kaderleden (trainer/coach, bestuurders) begeleiders en vrijwilligers.
  • Het aanstellen van een vertrouwenscontactpersoon (VCP).
  • Het aanstellen van vakkundige trainer(s) en/of coach(es).

Sociale Veiligheid

Deze vier elementen vormen samen de voorzorgsmaatregelen voor sociale veiligheid tijdens activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt. Bij Stichting er kan meer dan je denkt is sociale veiligheid een belangrijk thema. We vinden het belangrijk dat iedere betrokkene in ieder geval op de hoogte is van de algemene gedrags- en omgangsregels (element 1, onderdeel A “Gedragscode en omgangsregels voor alle betrokkenen bij activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt”). (Nieuwe) deelnemers en vrijwilligers wordt bij aanmelding gevraagd akkoord te gaan met de Gedragscode van Stichting er kan meer dan je denkt.

Foto: organisatie pararanglijsttoernooi Nieuwleusen 2024

Gedragscode Stichting er kan meer dan je denkt

Hieronder is te lezen welke wat betrokkenen bij de activiteiten van Stichting je kan meer dan je denkt van elkaar kunnen verwachten. Dit document bestaat uit vier elementen, met daarnaast bij element 1 drie onderdelen.

Element 1, onderdeel A

Voor wie:

  • Iedereen die betrokken is bij de activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt

Gedragscode en omgangsregels voor alle betrokkenen bij activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt

Respecteer anderen.

We praten in nette taal en gebruiken geen scheldwoorden, we pesten niemand, we sluiten niemand buiten, lachen niemand uit en vertellen geen roddels over anderen. We komen op tijd voor de activiteit. We voeren de opdrachten van de activiteit(bege)leider of trainer/coach zo goed mogelijk uit en/of volgen aanwijzingen van andere kaderleden zo goed mogelijk op.

Respecteer de privacy van anderen.

We maken geen ongepaste opmerkingen of vragen over iemands persoonlijke leven, uiterlijk of lichaam. We zetten geen foto’s of persoonlijke informatie van een andere betrokkene online, maar vragen eerst toestemming. Online behandelen we anderen met net zoveel respect als in het echte leven. We maken ook online geen kwetsende of beledigende opmerkingen of ongepaste grappen. Telefoons en andere mobiele apparaten blijven tijdens de activiteiten ongebruikt, tenzij er een goede reden is bereikbaar te zijn, die voor aanvang van de activiteit is besproken met een bestuurslid en / of de trainer/coach /groeps(bege)leider.

Ga netjes om met de omgeving.

We gaan voorzichtig om met de materialen die worden gebruikt tijdens de activiteiten. We richten de zaal voor de activiteit samen in (voor zover mogelijk). We ruimen de materialen aan het eind van de activiteit samen op (voor zover mogelijk), gooien afval in de prullenbak en laten de zaal en de kleedkamers netjes en opgeruimd achter.

Blijf van anderen en hun spullen af en laat iedereen in hun waarde.

We raken niemand ongewild aan. We maken geen seksueel getinte opmerkingen, grappen of gebaren. We maken geen beledigende, kleinerende, intimiderende, bedreigende of discriminerende opmerkingen en voorkomen dat we ons gedragen op een manier die zo kan worden ervaren. We maken geen onderscheid naar godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, handicap, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond, leeftijd of andere kenmerken.

Blijf eerlijk en sportief.

We houden ons aan de spelregels, gebruiken geen verbaal (mondeling) of fysiek (lichamelijk) geweld (bijvoorbeeld schelden, duwen, schoppen, slaan). We gebruiken geen genotsmiddelen (alcohol, rookwaren of drugs) in of vlakbij de sportaccommodatie of in het bijzijn van minderjarige deelnemers tijdens en rondom activiteiten van de stichting.

Help anderen.

We helpen deelnemers die (nog) minder goed kunnen meekomen met de groep.

We melden onmiddellijk (seksueel) grensoverschrijdend gedrag bij het bestuur of bij de vertrouwenscontactpersoon.

We handelen altijd in het belang van de veiligheid en het welzijn van alle leden en zetten ons in voor een veilige omgeving waarin iedereen zich gerespecteerd en gehoord voelt.

We helpen anderen om zich ook aan deze afspraken te houden en spreken elkaar hier op aan als dit nodig is. We melden dit zo nodig bij het bestuur of bij de vertrouwenscontactpersoon.

Voor ouders/verzorgers

  • Ouders moedigen hun kinderen positief aan;
  • Ouders spreken, indien nodig, de begeleider aan op het gedrag van hun kinderen tijdens de activiteit en overleggen met deze persoon over de aanpak tijdens de activiteit.

Element 1, onderdeel B en C

Voor wie:

  • Trainer(s) en coach(es)
  • Begeleiders
  • Faciliterende kaderleden
  • Vrijwilligers

Element 1, onderdeel B

Aanvullende gedragsregels voor trainer(s) / coach(es), begeleiders, andere faciliterende kaderleden en vrijwilligers gericht op preventie van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag

Definities
Onder ‘begeleider’ wordt in deze gedragsregels verstaan:

  • sporttechnisch kader (trainers, coaches, leraren);
  • sportmedisch kader (fysiotherapeuten, masseurs, artsen, psychologen);
  • sportorganisatorisch en facilitair kader (leiders, begeleiders, wedstrijdfunctionarissen, onderhoudsmedewerkers enzovoort);
  • bestuurlijk kader.

Ook andere betrokkenen, zoals meehelpende familieleden, dienen de regels na te leven.
Onder ‘sporter’ wordt in deze gedragsregels verstaan: zowel meisjes en jongens als vrouwen en mannen en non-binaire personen.
Onder ‘professioneel’ wordt in deze gedragsregels verstaan: de kwaliteit van het handelen, overeenkomstig de geldende standaard en opleiding (dus niet of er al dan niet wordt betaald voor de werkzaamheden).

De begeleider moet zorgen voor een omgeving en een sfeer waarbinnen de sporter zich veilig voelt (om te bewegen). De sporter moet als mens worden gerespecteerd. Er mag geen onderscheid worden gemaakt naar of nadruk worden gelegd op godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele gerichtheid, culturele achtergrond,
leeftijd, lichamelijke kenmerken of burgerlijke staat.
Dat betekent dat de sporter zich zowel tijdens het sporten maar ook daarbuiten, bijvoorbeeld in de kleedruimtes, veilig moet voelen en het gevoel moet hebben dat hij zich – letterlijk – vrij kan bewegen.

De begeleider onthoudt zich ervan de sporter te bejegenen op een wijze die de sporter in zijn waardigheid aantast, én verder in het privéleven van de sporter door te dringen dan nodig is voor het gezamenlijk gestelde doel van de samenwerking. Hierbij gaat het erom dat de begeleider niet onnodig binnendringt in het privéleven van de sporter, bijvoorbeeld door er vragen over te stellen, afspraken te maken,contact op te nemen enzovoort.

De begeleider onthoudt zich van elke vorm van seksueel (machts-)misbruik of seksuele intimidatie tegenover de sporter. De begeleider mag zijn specifieke situatie en relatie niet gebruiken voor doeleinden ten eigen nutte die in strijd zijn met zijn verantwoordelijkheid voor de sporter of die de grenzen van de relatie overschrijden.
Grensoverschrijdend kan bijvoorbeeld zijn:

  • bevrediging van eigen seksuele en/of agressieve verlangens;
  • een seksueel/erotisch geladen sfeer scheppen;
  • de sporter op een niet-functionele wijze bekijken, waarbij de ogen gericht zijn op de geslachtskenmerken;
  • met seksueel gedrag ingaan op verliefde gevoelens, seksuele verlangens of fantasieën van de sporter;
  • vormen van aanranding;
  • exhibitioneren.

In de (professionele) relatie met de sporter kunnen bij beide gevoelens ontstaan die zich niet verhouden met de relatie tot het trainen, begeleiden en dergelijke. Deze gevoelens kunnen bijvoorbeeld zijn: verliefdheid, afkeer of agressie. Beide partijen moeten alert zijn op deze gevoelens. De begeleider moet – zelfs als de sporter dat verlangt of daartoe uitnodigt – dan ook niet metterdaad ingaan op seksuele en/of al dan niet agressieve toenaderingspogingen, dan wel dergelijke toenaderingspogingen zelf ondernemen. Seksuele handelingen en (geforceerde) seksuele relaties tussen begeleider en sporter worden zeer sterk afgeraden. Door partijen moeten zo snel mogelijk maatregelen worden genomen om te voorkomen dat deze ‘relatie’ zich in welke vorm dan ook ontwikkelt. Hierbij kan gedacht worden aan verbreking van één van de twee verhoudingen: de seksuele relatie of de begeleidingsrelatie.

Seksuele handelingen en seksuele relaties tussen de begeleider en de jeugdige sporter tot zestien jaar zijn onder geen beding geoorloofd en worden beschouwd als seksueel misbruik.

Tussen volwassenen en jeugdigen is sprake van een natuurlijk overwicht. Het natuurlijke overwicht van de ‘dader’ en angst voor de gevolgen maken het vele malen moeilijker om hem ‘lik op stuk’ te geven bij ongewenst gedrag. Al dan niet jeugdige sporters die op het moment zelf wel positief staan tegenover seksueel contact, bijvoorbeeld omdat zij verliefd zijn op de begeleider, realiseren zich vaak pas achteraf dat bij het gebeurde vele vraagtekens zijn te plaatsen. Veelal blijkt dan dat hun eventuele instemming op dat moment niet ‘echt’ was.

De begeleider mag de sporter niet op een zodanige wijze aanraken dat de sporter en/of de begeleider deze aanraking naar redelijke verwachting als seksueel of erotisch van aard zal ervaren, zoals doorgaans het geval zal zijn bij het doelbewust (doen) aanraken van geslachtsdelen, billen en borsten. Uitgangspunt is dat de sporter het als seksueel intimiderend ervaart.
Dit kan bijvoorbeeld zijn:

  • bij begroeten of afscheid nemen te lang de hand vasthouden;
  • iemand naar je toe trekken om te kussen;
  • zich tegen de sporter aandrukken;
  • andere ongewenste aanrakingen. De begeleider dient ervoor te zorgen dat daar waar lichamelijk contact noodzakelijk en functioneel is voor de sportbeoefening, dit contact of deze aanrakingen nooit verkeerd – in de zin van seksueel intimiderend – kan worden geïnterpreteerd.

De begeleider onthoudt zich van seksueel getinte verbale intimiteiten.
Hierbij kan worden gedacht aan:

  • seksueel getinte opmerkingen en insinuaties, zoals grove taal en schuine moppen, onder het mom van ‘dat moet kunnen’;
  • het stellen van niet-functionele vragen – vaak onnodig in detail – over het seksleven van de sporter, bijvoorbeeld over masturbatie, frequentie en vormen van vrijen.

De begeleider zal tijdens training(sstages), wedstrijden en reizen gereserveerd en met respect omgaan met de sporter en de ruimten waarin de sporter zich bevindt, zoals de kleedkamer of de
hotelkamer. Gereserveerd en met respect omgaan met de sporter betekent bijvoorbeeld dat:

  • de begeleider en de sporter bij voorkeur niet met z’n tweeën op reis gaan, maar met bijvoorbeeld een extra begeleider of meerdere sporters;
  • de begeleider en sporter in ieder geval niet op één kamer slapen.

Gereserveerd en met respect omgaan met de ruimtes waarin de sporter zich kan bevinden, betekent dat de sporter zich daar veilig moet voelen, zijn privacy gewaarborgd is en sociale controle niet is uitgesloten.
Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:

  • de deur open laten staan na het binnentreden, tenzij duidelijk is dat beiden behoefte hebben aan een zekere privacy;
  • gesprekken dan wel overleg met de sporter niet in de kleedkamer of de hotelkamer houden, maar in een niet-intieme ruimte. Een uitzondering wordt uiteraard gemaakt voor het coachen tijdens wedstrijden; dan is het veelal noodzakelijk zich ergens rustig terug te trekken.

De begeleider heeft de plicht de sporter te beschermen tegen schade en (machts-)misbruik als gevolg van seksuele intimidatie.

Daar waar bekend of geregeld is wie de belangen van de (jeugdige) sporter behartigt, is de begeleider verplicht met deze personen of instanties samen te werken opdat zij hun werk goed kunnen uitoefenen. Binnen zijn mogelijkheden heeft de begeleider de verantwoordelijkheid voor de veiligheid en het welzijn van de sporter. De begeleider zal de daarvoor redelijke en noodzakelijke maatregelen moeten nemen ter voorkoming van lichamelijke en geestelijke schade en misbruik, veroorzaakt door seksuele intimidatie. De begeleider zal moeten samenwerken met bijvoorbeeld jeugdconsulenten, vertrouwenspersonen of ouders of hen van informatie voorzien. De begeleider zal feiten van vertrouwelijke aard, aan hem toevertrouwd, te allen tijde dienen te respecteren. Er zullen slechts mededelingen aan derden worden gedaan – indien enigszins mogelijk in overleg met de sporter – wanneer de begeleider ervan overtuigd is dat de belangen van de sporter of zijn omgeving hiermee zullen zijn gediend.

De begeleider zal de sporter geen (im)materiële vergoedingen geven met de kennelijke bedoeling tegenprestaties te vragen. De begeleider aanvaardt ook geen financiële beloning of geschenken van de sporter die in onevenredige verhouding staan tot de gebruikelijke dan wel afgesproken honorering. Door vergoedingen dreigen de objectiviteit van het handelen en de onafhankelijke positie van de begeleider dan wel de sporter in het gedrang te komen. Hierdoor kan een voedingsbodem ontstaan voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

De begeleider zal er actief op toezien dat deze regels door iedereen die betrokken is bij de sporter worden nageleefd. Indien hij gedrag signaleert dat niet in overeenstemming is met deze regels zal hij de betreffende persoon daarop aanspreken. De begeleider hee een voorbeeldfunctie. Hij zal maatregelen moeten nemen op het moment dat hij grensoverschrijdend gedrag constateert. In eerste instantie dient hij de betreffende persoon erop aan te spreken. In tweede instantie het bevoegde gezag, dat wil zeggen het bestuur van een sportvereniging of sportbond of de directie daarvan. De sporter zal ook geholpen moeten worden. De begeleider kan hem bijvoorbeeld verwijzen naar een vertrouwenspersoon of hem helpen een klacht in te dienen.

In die gevallen waarin de gedragsregels niet (direct) voorzien, ligt het binnen de verantwoordelijkheid van de begeleider in de geest hiervan te handelen. Dit betekent dat de begeleider ook alert moet zijn op gedragingen die niet direct seksueel intimiderend zijn, maar wel als grensoverschrijdend worden ervaren. Ook in dit geval dienen door hem passende maatregelen te worden genomen, zoals het aanspreken van de betreffende persoon.

Element 1, onderdeel C

Aanvullende gedragsregels en omgangsregels voor trainer(s) / coach(es), begeleiders, andere faciliterende kaderleden en vrijwilligers gericht op groepsbegeleiding

Deze omgangsregels zijn opgesteld om te laten zien dat we binnen de groep deelnemers met respect met elkaar omgaan.

  • Een groeps(bege)leider staat en handelt in dienst van het spelersgroep / deelnemers en Stichting er kan meer dan je denkt.
  • De groeps(bege)leider gaat respectvol met spelers, officials en betrokkenen om;
  • Er zijn met minimaal twee volwassenen bij deelnemers uit een kwetsbare doelgroep betrokken (bijvoorbeeld minderjarige jeugd, ouderen of mensen met een beperking), zodat
    de deelnemers twee aanspreekpunten hebben (bijv. trainer/coach en teammanager);
  • De groeps(bege)leider deelt zijn/haar visie en inzichten met de andere groeps(bege)leider(s);
  • De groeps(bege)leider spreekt, indien nodig, een speler persoonlijk toe in het zicht van de groep of andere leden;
  • Het woordgebruik van de groeps(bege)leider(s) is positief, opbouwend en richt zich op wat wel te doen;
  • Bij een vermoeden van onheuse bejegening door een andere groeps(bege)leider, deel ik dit met de vertrouwenscontactpersoon (VCP).

Voor het oplossen van problemen hanteert de groeps(bege)leider het volgende stappenplan:
o Bespreek met de speler (vraag wat er gebeurde…);
o Bespreek met je mede groeps(bege)leider en de betrokken speler(s);
o Bespreek met de groep (na toestemming speler(s));
o Bespreek met de vertrouwenscontactpersoon (VCP).

Element 2

Voor wie:

  • Trainer(s) / coach(es)
  • (Overige) Vrijwilligers

Aannamebeleid trainer(s) / coach(es) en (overige) vrijwilligers

Uitgangspunt is dat iedereen die de activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt een warm hart toedraagt trainer / coach of anderszins vrijwilliger kan worden. Het is wenselijk dat trainers/coaches en/of vrijwilligers lid zijn van de Nederlandse Tafeltennisbond (NTTB), maar dit is geen voorwaarde.

Om ervoor te zorgen dat we nu en in de toekomst blijven werken met vrijwilligers met integere bedoelingen, geldt er een korte procedure die doorlopen moet worden, voordat iemand vrijwilliger kan worden.

Procedure

  • Een kennismakingsgesprek met een bestuurslid of commissielid. Tijdens dit gesprek wordt de vrijwilliger geattendeerd op de website van de stichting, waarop onder andere. Het huishoudelijk regelement, de gedrags- en omgangsregels en informatie over de vertrouwenspersonen gepubliceerd zijn.
  • Voor een vrijwilliger die is betrokken bij personen die behoren tot een kwetsbare groep (bijvoorbeeld, minderjarigen, mensen met een beperking of ouderen), wordt een Verklaring omtrent gedrag (VOG) aangevraagd. Deze moet iedere drie jaar worden vernieuwd. In onderling overleg kunnen referenties worden gevraagd bij verenigingen waar de vrijwilliger eerder actief is geweest.
  • Als de vrijwilliger geen lid is van de Nederlandse Tafeltennisbond (NTTB) wordt de vrijwilliger gevraagd een Verklaring Onderwerping Tuchtrecht NTTB (VOT) te ondertekenen.
  • Na het kennismakingsgesprek ontvangt de vrijwilliger vanuit de stichting een e-mail voor het aanvragen van een VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) en het ondertekenen van een VOT (Verklaring Omtrent Tuchtrecht). Hier zijn voor vrijwilligers van onze stichting overigens geen kosten aan verbonden.
  • De vrijwilliger ontvangt ook een kort verslag, waarin eventuele aanvullende afspraken worden vastgelegd, om te ondertekenen.

Wat als je geen VOG krijgt van Dienst Justis?

Voor Stichting er kan meer dan je denkt is de risicoanalyse door Dienst Justis bepalend voor het wel of niet inzetten van de vrijwilliger. Dit betekent dat een persoon geen vrijwilliger kan worden bij onze organisatie als Dienst Justis geen VOG verstrekt voor de activiteiten van deze persoon binnen onze organisatie.

Dienst Justis geeft alleen een VOG af als blijkt dat de (aankomend) vrijwilliger geen strafbare feiten op zijn of haar naam heeft staan ten aanzien van het doel waarvoor een VOG wordt aangevraagd óf als blijkt dat de (aankomend) vrijwilliger geen onderwerp is geweest van politieonderzoeken. Wil iemand bijvoorbeeld vrijwilliger worden als trainer/coach van onze deelnemers en heeft deze persoon in het verleden fraude gepleegd dan wordt diegene daar niet op afgewezen, maar wel als diegene in het verleden betrokken is geweest bij geweldpleging of seksueel misbruik. Als het om een strafbaar feit van lang geleden of betrokkenheid in politieonderzoeken gaat, dan kan Dienst Justis besluiten de VOG wel af te geven, maar als het korter geleden is, of als het om een ernstig vergrijp gaat, dan wordt geen VOG afgegeven.

Element 4

Voor wie: Iedereen die betrokken is bij de activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt

Vakkundige trainer(s) en coach(es)

De activiteiten van Stichting er kan meer dan je denkt, staan onder leiding van vakkundige trainer(s)/coach(es). Dit betekent dat zij een opleiding hebben gevolgd om (bewegings)activiteiten te leiden.

Onderdeel van de opleiding zijn onder andere trainingsleer, didactiek (lesgeven), pedagogiek (opvoedkunde) en preventie van grensoverschrijdend gedrag.

Een module paratafeltennis is onderdeel van de opleidingen tot tafeltennistrainer van de NTTB. Deze module is ook als losse bijscholingsmodule te volgen.